De minister is een trekpop

Er is veel gehuil over de verantwoordelijkheid van Teeven voor de tragische en onterechte dood van Dolmatov. Hij is slechts staatssecretaris maar dat maakt voor deze beschouwing niets uit. Het uitgangspunt van het debat deugde niet. Alleen als hij van discretionaire bevoegdheden gebruik zou hebben gemaakt zou hem iets verweten kunnen worden. Het getuigt van groot onbenul, of beter, van grenzeloos politiek opportunisme, om bij individuele gevallen van falen in de uitvoering de minister verantwoordelijk te houden.

Maar zelfs als er sprake is van structurele fouten, zoals hier het geval schijnt te zijn, is een veroordeling van de verantwoordelijke bewindspersoon niet vanzelfsprekend. Ons hele rechtssysteem en de uitvoering daarvan zit vol met structurele fouten. Die zijn vooral ontstaan doordat bij wetgeving en rechtsspraak veel bijzondere gevallen en procedures worden afgesproken of afgedwongen, vaak onder politieke druk van dezelfde politieke groeperingen die nu ook ach en wee roepen. De zaak wordt meestal nog complexer door Europese “regelgeving”, “beroepsmogelijkheden” en “jurisprudentie”. Deze regels zullen meestal op zich al tegenspraken opleveren maar zelfs als ze dat niet doen zal de uitvoering, meestal door een door verkeerd bezuinigen uitgedund en kwalitatief minder ambtenarenapparaat, veel problemen en kansen op fouten met zich meebrengen.

De functie van minister is een trekpop. Iedereen probeert aan hem te trekken om zijn zin te krijgen. Hij heeft slechts zeer beperkte invloed op welke bewegingen hij kan uitvoeren. En zijn verantwoordelijkheid is dan ook navenant beperkt.

De hoofdschuldigen zijn de vluchtelingenknuffelaars zelf, die het liefst de grenzen geheel open zouden zetten en elke gelegenheid aangrijpen om met hun juridisch geleerde vriendjes weer een uitzondering of pardon toe te voegen, waardoor het geheel nog ondoorzichtiger en onuitvoerbaarder wordt. Wordt wakker mensen: Er bestaat niet zoiets als een humaan vluchtelingenbeleid, als met humaan tenminste het perspectief van de vluchteling bedoeld wordt. Want iedere vluchteling is een mens en heeft voor hemzelf voldoende goede redenen om zijn omstandigheden te willen ontvluchten. We kunnen alleen vanuit eigen normen bepalen welke vluchtelingen wij willen en vooral kunnen opnemen. Naarmate de culturele en fysieke afstand tussen de vluchteling en Nederland groter is wordt het een steeds onmogelijker taak om te kunnen beoordelen of die binnen die normen valt. Daar zouden we dan ook beter maar niet aan kunnen beginnen. We moeten om te beginnen iedereen afwijzen en direct terugsturen (zonder mogelijkheid van beroep) waarvan we de status niet kunnen toetsen. Dat schept een hoop ruimte om met gevallen als Dolmatov zorgvuldig om te kunnen gaan.

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | 3 Reacties

Boekbespreking: “Identiteit”, van Paul Verhaeghe

“Identiteit” is het nieuwste boek (augustus 2012) van de Vlaamse psychoanalyticus Paul Verhaeghe. Hij toont daarin vanuit zijn psychoanalytische achtergrond overtuigend aan dat identiteit een constructie is: een verzameling van ideeën die de buitenwereld op ons lijf (biologische wezen) geschreven heeft (p15). En wel inclusief normen en waarden, ethiek. In het eerste hoofdstuk wordt duidelijk dat daarbij een verzameling betekenis gevende verhalen een belangrijke rol spelen. Identiteit is niet een historische “eeuwige waarheid”. Met het zich ontwikkelen van die verhalen komen nieuwe daarbij behorende soorten identiteit tot stand. Belangrijk: op individueel niveau houdt het aanvaarden van een ander “verhaal” een verandering van identiteit in, inclusief normen en waarden, en omgekeerd. Zoals ik al uiteen zette in “Geloof is geen jas“. V vindt het belangrijk om te benadrukken dat vanuit onze biologische aanleg de mens een groepsdier is en los levende exemplaren een uitzondering zijn. Het wordt ook duidelijk dat die identiteit wordt ingeslepen, het is een intensief en ook wel langdurig proces, opvoeding, dat in meerdere kringen (ouders, onderwijs, kerk, cultuur) plaatsvindt.

V besteedt het meeste aandacht aan normen en waarden (geboden en verboden) en minder aan de verhalen die daar bij horen. Hij contrasteert o.a. de grieks-romeinse moraal: de mens is goed, het gaat er om het goede te bevorderen tot het voortreffelijke door het vermeerderen van zelfkennis en zelfbeheersing, met de christelijke: de mens is zondig, slecht en er is zelfverloochening noodzakelijk om het goddelijke goede te bereiken (in het hiernamaals). Hij vindt het geklaag over “verlies aan normen en waarden” onzinnig omdat het “normen en waarden” losmaakt van de identiteit. Het zou lijken alsof dezelfde persoon betere normen en waarden kan gaan verkrijgen. Dat kan dus niet, identiteit en ethiek vormen een geheel en men kan niet het een wijzigen en het ander niet. (hoofdstuk 2)

Later wordt duidelijk dat we die verhalen beter ideologieën kunnen noemen. Op blz. 36 heet het zelfs “Identiteit is ideologie”. Een meer systematische behandeling van ideologieën blijft achterwege. Zo is het niet helemaal duidelijk of hij godsdiensten als ideologieën ziet. Wel wordt steeds duidelijker dat er een onverbrekelijk verband is tussen ideologie en identiteit. Iedere ideologie produceert zijn eigen identiteit en omgekeerd een bepaald soort identiteit is  alleen functioneel binnen de groep waarmee de ideologie gedeeld wordt.

Welke soort van identiteit in een maatschappij het meeste voorkomt, het meest succesvol is of gepropageerd wordt hangt af van de ideologie die dominant is. Dat is de laatste dertig jaar het verhaal van het neoliberalisme (p114).  De bijbehorende identiteit benoemt hij als (ver doorgedreven) individualisme. (p238). V komt niet tot een samenhangende analyse van mechanismen waardoor ideologieën (waardesystemen) de overhand krijgen. Hij geeft wel bronnen van het neoliberalisme, als belangrijkste het sociaal-darwinisme (p122). Bij de kritiek hierop komt de belangrijkste tekortkoming van zijn beschouwing aan het licht. Hoewel hij op p 200 het wel heeft over evolutie als basis voor ordening wordt dit verder nergens in zijn boek toegepast, behalve bij genoemd sociaal-darwinisme als ideologische pijler onder het neoliberalisme. Langs deze weg verdwijnt ieder selectiemechanisme uit zijn betoog en worden we uiteindelijk teruggeworpen op … onszelf, zoals blijkt op bladzijde 238:

De meest duurzame veranderingen komen van onderuit, en sluiten aan bij het buikgevoel. Als steeds meer mensen het gevoel hebben dat er iets fundamenteel fout aan het lopen is, dan hangt er verandering in de lucht. Het aantal mensen met dat gevoel neemt toe, maar tot nader order slagen ze er niet in om een georganiseerde groep te vormen. Die mislukking is op zich een illustratie van het centrale probleem, namelijk de ver doorgedreven individualisering. Het opleggen van solidariteit via een rationeel onderbouwd pleidooi zal niet werken, en in het licht van de huidige egocultus kan verandering het best haar vertrekpunt vinden in een bezorgdheid om het eigen welzijn. Dit is de klassiek Griekse epimeleia, de zorg voor zichzelf. Als we dan toch allemaal zo individualistisch geworden zijn, laat ons dan de volgende vraag als uitgangspunt voor verandering nemen: wat is het goede leven, wat voelt er goed aan, voor mij?

Twee begrippen vallen daarbij onmiddellijk op: ‘Voelen’ en ‘mij’. Het accent op ‘voelen’ heeft te maken met wat ik al schreef: verandering verloopt in de eerste plaats niet via kennis en inzicht, maar heeft veel meer te maken met emotioneel doorvoelde waarden. Als we willen veranderen, dan volstaat kennis niet. Het accent op ‘mij’ klinkt dan weer vreemd in het licht van mijn betoog tegen een uit de hand gelopen individualisering. Hebben we daar al niet te veel van?

Het is opvallend hoe moeilijk het is om de zorg voor mijzelf anders te denken dan in termen van eigenbelang. Binnen de huidige opvattingen nemen we automatisch aan dat een dergelijke zorg ten koste van de ander gaat. Alles wat die ander krijgt of neemt, kan ik niet meer krijgen of nemen, toch? Bovendien roept het neoliberale verhaal het idee op dat zelfzorg neerkomt op een materiele en extrinsieke invulling: meer goederen, groter comfort, een attractiever lichaam, dit alles in een onvermijdelijke concurrentie en met onvermijdelijke afgunst. Voelen we ons daar ook gelukkiger bij? En is dit wel zelfzorg?

Hoe kan men zonder “hulp” van buiten zichzelf op deze wijze uit het moeras van het individualisme omhoog trekken? Hoe kunnen betere normen en waarden in de hoofden van de individuen plaatsnemen zonder een daarbij behorend verhaal, een andere ideologie. Is het niet heel vreemd na alles wat we in de eerdere hoofdstukken over disciplinering en opvoeding gelezen hebben dat mensen dit uit en in zichzelf gaat lukken? Zelfs met gelijkgestemden lijkt het me zonder (bege)leiding een onmogelijke opgave. Met andere woorden. Weliswaar moet verandering van onderuit komen, maar dat kan alleen als dat gepaard gaat met een gelijktijdige en bewuste organisatie. En met als fundament een “nieuwe”, “passende” (fitting) ideologie die vanuit die organisatie vorm krijgt.

Het lijkt er op alsof V met zijn kritiek op het sociaal-darwinisme iedere vorm van evolutionaire ontwikkeling uitsluit. Zijn kritiek op het vooruitgangsgeloof  (p 65-66) mondt uit in de stelling dat de richting van evolutie “random” is. Dat kan misschien zo in de biologie zijn (maar dan volgens mij alleen binnen een beperkt kader), in de sociale ontwikkeling is dit niet vol te houden. In het algemeen kun je zeggen dat een systeem dat complexer is betere mogelijkheden heeft om op allerlei onverwachte zaken in de omgeving te reageren dan een eenvoudig systeem. De mensheid is nu waarschijnlijk in staat om een meteoriet te laten ontploffen voordat die op de aarde een catastrofe aanricht. De dinosauriërs konden dat niet, evenmin als de Romeinen. Ik bespeur enige vooruitgang.

Meer in het algemeen schiet V in zijn waarneming van maatschappelijke processen tekort. Het verband tussen onze individualistische levenshouding en het economisch systeem (fetisjisme) komt niet aan de orde.

Op http://paulverhaeghe.psychoanalysis.be/boeken.html staan de volgende verwijzingen naar recenties:

De Standaard, Gilbert Roox

DeWereldMorgen.be, Robrecht Vanderbeeken

Boekhandel Athenaeum, Esther Wils

Opinie De Morgen, Filip Buekens

Liberales, Andreas Tirez

NRC, Ger Groot: Wij zijn veel meer dan een individu

Knack Online: Het geloof in de Flexibele mens

Opinie De Morgen Jan Denys

HVV, Karel Van Dinter

 

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Reageren uitgeschakeld

Nieuw bij de Volkskrant: Wetenschap gekaapt door Gutmensch

twit

Kunnen we de wetenschapsredactie van de Volkskrant nog serieus nemen?

Onder de kop “Bedankt, meneer Wilders, voor uw bijdrage aan de islamisering van Nederland” schrijft  Maarten Keulemans, chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant, een pamfletje waar de honden geen brood van lusten. Het doet ernstig twijfelen aan zijn geschiktheid als redacteur van dit serieuze katern of voor welke functie bij een serieuze krant dan ook. Ook kan, helaas niet voor de eerste keer, de vraag gesteld worden wat voor criteria de redactie van de opiniepagina’s van de Volkskrant er eigenlijk op na houdt. Mijn vermoeden wordt steeds sterker dat zij alleen kijken naar de status van de auteur en vervolgens alle bagger ongezien plaatsen als die status aan bepaalde vereisten voldoet.

Het eerste wat opvalt is de onbeschofte vlegelachtige toon waarmee hij Wilders als een totale nitwit en kleuter weg probeert te zetten. Alleen al hierom zou een in de krant te publiceren excuus van de heer Remarque op zijn plaats zijn. Ik maak er verder geen woorden aan vuil. Deze toon dient als retorische truc om iets goed duidelijk te maken zegt Maarten zelf op Twitter. Als het iets duidelijk maakt is het de afwezigheid van argumenten op zijn stelling dat Wilders iets aan de islamisering heeft bijgedragen.

De volgende feiten staan min of meer vast:

  • Er is een toename van de islamitische gezindheid bij bepaalde bevolkingsgroepen, zowel kwalitatief als kwantitatief.
  • De islam is een gevaarlijke en gewelddadige ideologie (voor de onwetenden: alle godsdiensten zijn ideologieën).
  • Er is een mechanisme waardoor mensen die om wat voor reden in de hoek zitten waar de klappen vallen zich tot ideologieën wenden die een beter leven beloven. Deze ideologieën legitimeren vaak geweld tegenover degenen die daarvoor verantwoordelijk worden gehouden.

Dit is zo ongeveer alles wat hierover te zeggen valt. Maarten Keulemans doet een lachwekkende maar ook kwaadaardige poging om Wilders verantwoordelijk te maken voor bovengenoemde feiten. Een bekend fenomeen: “Shoot the messenger”.

@VictorOnrust

Afbeelding: Boris Johnson maart 2012. Meest waarschijnlijke bron: mirror.co.uk

Geplaatst in politiek | Getagged , , | 3 Reacties

Knuffelaars bitte rechts einordnen!

Vanwege de voortgaande opmars der dierenknuffelaars dit stuk uit 2009 bovenaan gezet. De verkiezingen waren die voor het EP in 2009. Overigens heb ik toen evenals in 2012 met frisse tegenzin links gestemd .

Men dwingt mij rechts te gaan stemmen. Ben ik dan rechts geworden? Ik dacht het niet. Misschien ongeveer zo rechts als Maarten Koning, de hoofdpersoon van “het Bureau”. Die zich dat afvroeg als hij geen zin had om in een demonstratie mee te lopen. Of het wel goed vond dat mensen die misbruik van sociale regels maken worden aangepakt.

Nu een initiatiefvoorstel van PvdA + SP is aangenomen om de nertsenfokkerij te verbieden is de maat voor mij vol met het gemakzuchtig de oren laten hangen naar zielige mensen en dieren door links. Ongetwijfeld heeft GL ook voor deze wet gestemd. Zou dit het gevolg zijn van de feminisering van de politiek? Met drie vrouwelijke fractievoorzitters zou je dat wel gaan denken. En dan zo’n flutredenering van minister Jacqueline Kramer (nog een vrouw) er bovenop.”Er zijn voldoende alternatieven om je warm te kleden”. Waarom verplicht men dan niet meteen het algehele veganisme? Of nog beter: ontwikkel een mens die op zonne-energie werkt (Houellebecq, “Mogelijkheid van een Eiland”), dan hoef je die lieve planten ook niet te doden.

Ik ben een mensendier. En heb ook zo mijn rechten. Ik hoef toch niet een paar miljoen jaar menselijke geschiedenis te verloochenen?
Ik weet wel hoe dit komt. En heb er ook al eerder over geschreven. Hier nog maar eens een korte herhaling van de theorie van het Knuffelen:
“Naarmate er minder serieuze mogelijkheden zijn om politiek zinnig vorm te geven aan je stem wordt de behoefte toch iets te doen meer uitgeleefd op makkelijke zielige objecten.”

Het belangrijkste taboe-onderwerp is de relatieve en absolute overbevolking. Ook de wens een strobreed in de weg leggen aan het internationale flitskapitaal komt maar mondjesmaat voor. De belangrijkste kandidaten om te knuffelen kent u natuurlijk wel:

  • hongerige en zieke kindertjes met grote ogen
  • hongerige en zieke kindertjes
  • zielige vluchtelingen
  • zielige allochtonen
  • zielige dieren met grote ogen
  • zielige dieren
  • zeldzame dieren
  • zeldzame planten

Ik had toch liever dat de dierenliefde door rechts omarmt werd. Dan kon ik gewoon links blijven stemmen.

Geplaatst in politiek | Getagged , , | 8 Reacties

Coup Europa

Brussel, 5 november 2012, 10:00 uur. In het noorden van Brussel schuift de deur van een loods open om een vreemd voertuig door te laten dat onder veel geratel de weg op draait en richting centrum rijdt. Het lijkt een soort carnavals wagen, die met grote grijze doeken omhangen langzaam door de straten naar het Palace Résidence rijdt. Op de zijkanten in vier talen: “Volg mij”. Op vier andere locaties rondom het centrum gebeurt het zelfde. In de straten rondom het paleis blijken barricade’s opgericht die door dienstdoende MP’s snel opzij geschoven worden om de voertuigen door te laten.

Bij de kapel van Europa aangekomen blijkt daar de nodige activiteit ontplooid. Zo is er een mobiel podium uitgeklapt en zijn op diverse plaatsen camera’s zichtbaar die op een nieuwswaardig evenement duiden. Even voordat de geheimzinnige voertuigen zich rond het plein posteren komen er vijf limousines aan. Precies om 10:45 stappen daar vier mannen uit. Drie mannen in grijze tunieken  bestijgen het podium waar inmiddels op een groot scherm het beeld van een vergaderzaal zichtbaar wordt. Daar bevinden zich de regeringsleiders van de EU. Op het moment dat het beeld op het scherm zichtbaar wordt, wordt een zijdeur van de zaal geopend en komt de vierde persoon de zaal binnen. De wachten en beveiligers salueren kort. De regeringsleiders kijken verrast op. Op het moment dat de voorzitter zich opmaakt om te vragen “wat dit te betekenen heeft” gebaart de zojuist binnengekomen persoon hem kort te gaan zitten. Verbluft doet hij dat.

De man loopt naar het spreekgestoelte dat daar snel is neergezet en neemt het woord.

“Geachte regeringsleiders van de EU: Dit is een coup.

Een internationaal comité heeft gezamenlijk besloten dat het tijd wordt voor een Europese regering en een Europees parlement. Wij kunnen het geklungel, de besluiteloosheid en het gebrek aan leiderschap niet langer tolereren. Het is onze stellige overtuiging dat als we op de huidige weg doorgaan Europa het gaat afleggen in de wereld en verworden zal tot een achtergebleven gebied waar armoede zal heersen. Eigenlijk zouden we dit geen machtsgreep moeten noemen, want dat zou betekenen dat er macht is die gegrepen kan worden. Het is juist het probleem dat die macht ontbreekt. Om u te overtuigen dat wij dit menen verzoek ik u nu even naar dit scherm te kijken.”

Terwijl hij dit zei werd er een groot scherm de zaal binnen gereden waarop de allee voor het gebouw te zien was. Inmiddels had zich daar een flinke menigte verzameld. Van de vier voertuigen waren de doeken verwijderd en nu was zichtbaar dat het tanks waren. In pasteltinten beschilderd. De kanonnen van de tanks richtten zich dreigend op het residentiegebouw. Er volgde een schoten, waarbij een grote hoeveelheid confetti en papieren bloemen boven de menigte werd uitgestrooid.

De man in de tuniek hernam het woord.


“U ziet dat wij geen slechte bedoelingen hebben. Het is niet onze bedoeling om een dictatuur in te stellen. Wij willen een democratisch Europa.  Maar wel een Europa dat zijn eigen belangen kent en verdedigt. En een dat niet onder de on-leiding van een stelletje over elkaar heen rollende zogenaamde regeringsleiders ten ondergaat. Wij hopen dat u aan deze vreedzame doelen mee zult werken en verzoeken u zo dadelijk de aan u voorgelegde verklaring te tekenen. Voor de goede orde: deze beelden zijn rechtstreeks te zien op veel TV-zenders in Europa en op internet. Het zal u tevens duidelijk zijn dat deze actie alleen mogelijk is met de medewerking van vele partijen waaronder de geheime diensten van een aantal belangrijke Europese landen. Het feit dat ik hier sta, zonder dat iemand van u daarvan van te voren op de hoogte was, spreekt verder voor zich.

Wij hebben de heer Rasmussen, op dit moment Secretaris Generaal van de NAVO, bereid gevonden om een tijdelijke Europese regering te vormen en te leiden. Die regering zal binnen twee jaar een Europese grondwet opstellen en Europese verkiezingen organiseren. Ik geef nu het woord aan de heer Rasmussen, die u de plannen in iets meer detail uiteen zal zetten.”

Hierop werd op het scherm het podium op straat aan de regeringsleiders getoond. Inmiddels had een burger het daar klaargezette spreekgestoelte betreden. Inderdaad blijkt het Rasmussen te zijn. Een scherm op straat toont de regeringsleiders zoals die in de Résidence bijeenzitten. Rasmussen ordent even zijn papieren en steekt van wal.

“Burgers van Europa, regeringsleiders van de lidstaten zoals in de Résidence bijeen. Ik zal mij hier niet vermoeien met het uiteenzetten van de tekortkomingen in het jarenlange kostbare gespartel dat  moet doorgaan voor Europees bestuur. Iedere burger die een beetje heeft opgelet kan dit zonder moeite zelf bedenken. In plaats daarvan zal ik in grote lijnen een nieuw en democratisch Europa voor u schetsen.

Om te beginnen zullen wij nieuwe grenzen moeten bepalen. In het oude Europa hadden de deelnemende landen  te ver uiteenlopende opvattingen over belastingheffing, economisch  beleid, rechtspleging en nog zo wat zaken om een levensvatbaar geheel te vormen. Het cliëntelisme dat het bestuur van landen die ik nu maar even met de periferie zal aanduiden kenmerkt, verbreidde zich over de rest van Europa, infecteerde de Europese instituties en leverde zo een belangrijke bijdrage aan de machteloosheid, traagheid en ineffectiviteit van Europa, en had een uitermate negatieve uitstraling op de Europese gevoelens van de burgers van de kernlanden.

Met de huidige verzameling landen is geen levensvatbaar Europa mogelijk. Dit betekent niet dat wij geen enkele verplichting voelen tegenover onze Europese broeders. Maar van een volwaardig lidmaatschap kan voorlopig geen sprake zijn. En er zal een aanzienlijk inspanning gevraagd worden om een perifere status te handhaven en ooit tot dit Europa toe te kunnen treden. Mijn regering zal voorstellen doen welke landen niet meer integraal deel kunnen uitmaken van de nieuwe EU en hoe de verhouding met die landen zal worden vormgegeven.”

Aan de andere kant zullen ook de huidige nationale staten die ik wel tot de kern wil rekenen niet aan pijnlijke aanpassingen ontkomen. Een goed en samenhangend Europa is niet denkbaar als daarvan een aantal leden door hun gewicht en macht eenzijdig de dienst kunnen uitmaken. We zullen moeten zoeken naar een structuur  waarin die staten in onderdelen deelnemen aan Europa. Een aantal van die opsplitsingen ligt voor de hand. Duitse deelstaten alleen of in groepen, zullen direct lid worden van de EU. Ook van Groot Brittanië is duidelijk dat het niet te moeilijk moet zijn om Wales, Engeland en Schotland aparte leden te laten worden. Voor een aantal regio’s zal dit een vergroting van de autonomie betekenen waarnaar zij al langer streven. Wij zullen Zwitserland en Noorwegen dringend uitnodigen om deel te nemen aan het nieuwe Europa.

In ieder geval de volgende zaken zullen zo spoedig mogelijk op Europees niveau worden georganiseerd of in ieder geval geharmoniseerd:

  • De inkomsten- successie en vermogens-belasting, bedrijfsbelastingen en de BTW.
  • Tolheffing, transport- en energie heffingen, subsidies en accijnzen.
  • Het leger
  • Het buitenlands beleid, waaronder alle verdragen en vertegenwoordigingen.
  • Een munt, de Euro
  • Wetgeving betreffende rechtspersonen en handelsvoorwaarden.
  • Arbeidsrecht, waaronder ontslagrecht.
  • Eén grens
  • Eén Europese centrale bank.
  • Eén leiding van het vliegverkeer
  • Eén pensioenstelsel
  • Eén rechtspraak

Het nieuwe Europa zal helaas een fort Europa moeten zijn. Wij begrijpen de wensen van velen buiten dat fort om hiernaar toe te komen zeer goed. Toch zullen zij zelf de problemen in eigen land moeten  oplossen in plaats van hierheen te komen. Een buitenlands beleid dient vanuit die gedachte vormgegeven te worden. Overigens zonder de illusie dat dit een taak is die eenvoudig met geld of geweld kan worden volbracht, al kan dat onder sommige omstandigheden nuttig en nodig zijn. De tendens van de afgelopen jaren om te bezuinigen op de strijdkrachten lijkt ons daarbij zeer onverstandig. Uit de voorgenomen samenvoeging zou voldoende financiële ruimte moeten komen om die trend te keren zonder budgetverhoging.

Er is nog een tweede vorm waarin Europa meer autonoom moet worden. Wij kunnen niet langer werkeloos toezien hoe elders in de wereld geproduceerd wordt onder sterk afwijkende arbeids- en milieuvoorwaarden, die dan vervolgens de hier gemaakte producten wegconcurreren. En omgekeerd zullen we beter na moeten denken over de verspreiding van de vruchten van de technologische ontwikkeling, met name bewapening, om te voorkomen dat  die in handen komen van landen en groepen die daar niet volgens onze normen mee omgaan. Ook zaken als het te goedkope transportsysteem en de problematische wijze waarop grondstoffen worden verhandeld vergen aandacht in dit kader. Op dit vlak kunnen we in de komende jaren slechts een bescheiden begin maken

Onze belangrijkste taak is het opstellen van een Europese grondwet en wetten voor de democratische inrichting van de Europese Unie. Het harmoniseren en daarmee afbakenen van de gebieden waarover op Europees niveau en die waarover per deelstaat besloten moet worden zal nooit door een ondemocratisch onderhandelingsproces tussen lidstaten fatsoenlijk van de grond komen.

Een eerste schets: Het staatshoofd zal de voorzitter zijn van het adviserend comité van de unie. Hij zal de titel van president voeren. Hij wordt door het comité uit haar midden verkozen en zal een ambtstermijn kennen van vier jaar.  Het adviserend comité zal, telkens voor de helft voor 8 jaar worden verkozen door de tweede kamer van het Europese parlement. De senaat van dit parlement zal verkozen worden door verkiezingen per land van 1 of 2 senatoren, afhankelijk van het aantal inwoners. Daarnaast is er een huis van afgevaardigden verkozen uit Europese lijsten die in alle deelnemende landen het zelfde moeten zijn. Zij kunnen alleen opgesteld worden door partijen die qua aanhang en organisatie aan bepaalde minima voldoen. Via in de wet vastgelegde regels zal door de kamer van afgevaardigden een Europese regering gevormd worden. In die wet zal voorzien worden dat in de situatie dat de politieke partijen niet in staat zijn een regering te vormen die een vertrouwensvotum krijgt, het adviserend comité een regering vormt.

We zullen ons inspannen om de taakverdeling tussen de federatie en de landen zo duidelijk vorm te geven dat wetten en ambtelijke apparaten van duplicatie ontdaan worden. In dit kader willen we ook een begin maken met het terugdringen van al te gedetailleerde regelingen en het schrappen van overmatige jurisprudentie. Dit zowel op nationaal als Europees niveau. Wij verwachten uiteindelijk een reductie van 15% in de niet-uitvoerende functies te kunnen doorvoeren.

Wij willen omzichtig omgaan met verworven rechten. Of dat nu pensioenaanspraken, bonussen, volkshuisvesting, gezondheidszorg, arbeidsomstandigheden of contractuele verplichtingen van de overheden betreft. En zowel van banken, bedrijven, werknemers, vakbonden als consumenten. Maar wij kunnen de ogen er niet voor sluiten dat de cultuur om veranderingen of besluiten jarenlang juridisch of op andere wijze te bevechten de mogelijkheden van bestuur zo ongeveer tot stilstand hebben gebracht en dat deze bestaande rechten enorme en niet te rechtvaardigen ongelijkheden hebben doen ontstaan. We ontkomen er niet aan in deze verworven rechten in te grijpen, waar mogelijk met compensatie. Wij zullen het rechtssysteem dusdanig vorm moeten geven dat  juridische strijd een onderneming wordt die minstens zo veel kan kosten als opleveren.

Ook ontkomen we niet aan een ingrijpende revisie van de financiële huishouding van de nieuwe EU, inclusief de regulering van het bankwezen. Daarbij zullen wij proberen diverse financiële luchtbellen voorzichtig leeg te laten lopen. Het is onvermijdelijk dat sommige groepen daar in ieder geval op papier armer van zullen worden. Wij zullen ons tot het uiterste inspannen om degenen die deze luchtbellen veroorzaakt en daarvan geprofiteerd hebben van de daardoor verkregen gelden te ontdoen.

Ons staat een nieuwe politieke cultuur voor ogen. Uiteraard dienen politici hun gedachten goed te kunnen formuleren, al hoeft niet iedereen een groot redenaar te zijn. En het is onmogelijk om goede mensen te vinden die totaal vrij zijn van binding aan enig belang. Wat we niet willen is dat de huidige manier van mannetjesmakerij, aandacht voor personen en incidenten dezelfde vorm aanneemt als dat nu in de meeste landen het geval is. Bovenal willen wij geen toestanden zoals in de US waar vaak smadelijke mediacampagnes en geld de doorslag geven bij de verkiezingen en ook daarna. Een van de maatregelen die ons in ieder geval voor ogen staat is het optreden tegen smaad. Wij zien hierin een publieke taak die niet afhankelijk moet zijn van actie van de kant van de gesmade partij.

Ik spreek hier over ‘wij’ en ‘ons’; Er is aangekondigd dat er sprake is van een door mij te vormen tijdelijke regering. Deze regering zal vermoedelijk uit zes tot tien personen bestaan. Nog niet alle namen zijn bekend, maar in ieder geval ikzelf, generaal David Richards, Joschka Fischer en de heer Trichet deel gaan uitmaken van die regering. Onze eerste taak zal zijn om voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen om de genoemde taken uit te voeren. Wij willen daarvoor  per land of regio comités opzetten die los van de huidige regering gaan werken aan de vormgeving van de nieuwe staten. De selectie van mensen voor deze comités is zwaar, want wij willen dat ieder comité voldoende aansluit bij onze doelstellingen. Het klinkt misschien vreemd maar wij doen vooral op de  Eurosceptici een beroep om zich positief op te stellen en een bijdrage te leveren. Zoals uit mijn verklaring blijkt zijn wij ook Eurosceptici. Wij geloven niet dat het huidige Europese bouwwerk tot iets goeds kan leiden. Maar een sterk en verenigd Europa is een noodzaak, als wij ons willen handhaven in de wereld van nu. Ik hoop dat u actief mee wil werken bij deze poging om dat tot stand te brengen.

Regeringsleiders! Wij willen een democratischer maar ook strijdvaardiger Europa. Ik kan mij niet goed voorstellen dat u de zojuist aan u voorgelegde verklaring niet zult tekenen en verzoek u dringend om dat te doen en vervolgens deze verklaring in uw parlement te doen ratificeren, het liefst met een grondwettelijke meerderheid.

Ik kan mij voorstellen dat u enige tijd met elkaar over het gebeurde van gedachten wilt wisselen. We geven u daarvoor een uur de tijd. Een half uur mag u nu schorsen en dit vertrek verlaten. Daarna kunt u even beraadslagen en eventueel verklaringen afleggen. Gedurende de schorsing mag u één telefonisch overleg met een persoon naar keuze hebben.”

Een onwezenlijke stilte daalde neer over de bijeenzittende regeringsleiders. De voorzitter schorste de vergadering tot 11:30. En stond op.

Victor Onrust

Naschrift

(1)   Deze versie is een kopie van de in februari 2012 op HoeiBoei gepubliceerde versie. Er zijn enkele taalkundige correcties aangebracht.

(2)   Begin 2011 heb ik de eerste versie geschreven. Het waren toen generaals in uniform van verschillende landen die de coup pleegden. Dit leek me bij nader inzien onwaarschijnlijk. Militairen zijn er zo in gedrild om niet zelf over de wereld na te denken of daar verantwoording voor te nemen dat zij onmogelijk hier het voortouw kunnen nemen. Daarom is hier sprake van een enigszins onbestemd comité. Ik denk dat de kern hiervan gevormd wordt door een aantal Europese multinationals die zich ernstig bedreigd voelen door de ontwikkelingen en met name door de rol van de banken, voorop Goldman Sachs, daarin. Dat is ook de reden dat de coupplegers zelf niet in militair uniform maar ook niet in pak, het uniform van de bankiers, konden verschijnen.

(3)   Ondergetekende schrijft onder pseudoniem. Dit lijkt hem de beste waarborg voor zijn vrijheid van meningsuiting. Ik verklaar hierbij dat ik geen enkele persoon of instelling ken die plannen heeft in die richting, en zelfs dat ik geen enkele persoon ken die ook maar in de verste verte in staat is tot bijdragen aan een dergelijk plan. En ik verklaar dat dit stuk niet bedoeld is als oproep tot een dergelijke actie. Veeleer is het een oproep aan de regeringsleiders om zelf deze coup te plegen.

Geplaatst in Geen categorie | Reageren uitgeschakeld

Update: het wordt hier even wat stiller

Mijn laatste blog hier is van eind augustus maar dat betekent niet dat ik ondertussen stil heb gezeten. Inmiddels zijn vier van mijn blogs op “De Dagelijkse Standaard” verschenen en het ziet er naar uit dat dit de komende tijd vaker het geval zal zijn. Degenen die mijn mailupdates krijgen (je kunt je opgeven door hieronder een reactie te schrijven) of mij op twitter volgen wisten dit al. Dit bericht is vooral voor RSS-volgers en mensen die vanuit OBA hier terecht komen. Op DDS staan nu de volgende blogs:
Het immigratietaboe: censuur en zelf-censuur in de wetenschap
Laf geleuter in De Balie?
Geloven doe je ook buiten de kerk
De multiculturele samenleving bestaat niet

Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Waar rook is, is vuur

Een van de meest waardeloze gezegden is “Waar rook is, is vuur”. Volgens mij wordt dit spreekwoord  veel gebruikt in de rechtspraak om vooral niet zelf na te hoeven denken en geen oordeel te hoeven vellen. In de (civiele) rechtspraak wordt dit vaak misbruikt door querulanten, die dan “het voordeel van de twijfel” krijgen. Van nabij maakte ik het volgende mee:

Er was eens een bedrijf opgericht door een aantal personen dat probeerde een noodlijdende onderneming te redden. Dat leek even te lukken maar al spoedig verkeerde ook dit bedrijf in zwaar weer. Daarop besloot men een goede directeur aan te trekken die er inderdaad in slaagde om de zaak op de rails te krijgen. Onder andere door het aantrekken van (veel) meer kapitaal door het uitgeven van aandelen.

Een aantal van de oorspronkelijke oprichters meende dat nu wel de tijd gekomen was om flink te cashen. Dat zat er echter niet in. De zaak was weliswaar gered en er was een redelijk uitzicht op rendement maar de beoogde superwinsten zaten er niet in. Nu niet en ook niet in de verdere toekomst. Daar namen deze heren geen genoegen mee. Ze begonnen de directie verwijten te maken dat het bedrijf veel meer waard was dan in de boeken stond. Zij moesten de boeken maar wat opkloppen zodat de oprichters hun aandelen duur konden verkopen.

De directie hield haar poot stijf. Vervolgens begonnen deze opr(/l)ichters , wiens belang in het totaal inmiddels niet veel meer voorstelde, te stoken en te ronselen onder de andere aandeelhouders tot zij de benodigde 10% bij elkaar gesprokkeld hadden om een enquête bij de ondernemingskamer aan te vragen waarin de directie en de raad van commissarissen wanbeleid werd verweten (dat is namelijk zo ongeveer het enige waarover de ondernemingskamer zich kan uitspreken). Hoewel eenieder met enige kennis van bedrijfseconomie de opgeklopte berekeningen van de querulanten kon doorprikken en dat uiteraard door de directie in haar verweer ook werd gedaan besloot rechter W (inmiddels met pensioen) in zijn oneindige wijsheid dat er toch wel iets aan de hand moest zijn. Immers: waar rook is is vuur. Hij benoemde een enquêteur. Dat is iemand die tegen een advocaten tarief (en niet het laagste) de directie een rapport laat opstellen waaruit het een en ander zou moeten blijken. Kost gemakkelijk € 100 000 +schade voor het bedrijf omdat zo’n directie wel wat beters te doen heeft.

Goed, uiteindelijk ligt er een concept-rapport waarin staat dat er niets aan de hand is.

Tja… dat kan natuurlijk niet. Waar rook is, is vuur en als het vuur niet gevonden wordt dan maken we dat toch zelf?. Als dit conceptrapport een week later in definitieve versie wordt rondgestuurd aan partijen staat er in de conclusies opeens een soort vage aanduiding dat er toch iets aan de hand is. Komt wel uit de lucht vallen want er wordt nergens naar verwezen. Vervolgens voelde de heer W zich daarmee gerechtigd om de raad van commissarissen naar huis te sturen en daar voor in de plaats nog een aantal van zijn advocatenvriendjes met bijbehorende uurtarieven als commissarissen te benoemen. En de directie onder curatele te stellen. Deze “Raad” heeft zich met niet veel meer bezig gehouden dan met het veilig stellen van hun declaraties. Tenslotte, moe van al dit gedoe heeft de meerderheid van aandeelhouders een advocaat in de arm genomen waar rechter W kennelijk ontzag voor had. Toen was het afgelopen. Ondertussen was het bedrijf door deze machinaties bijna failliet gegaan. Je zou kunnen zeggen, bijna afgebrand door het vuur van de rook.

Meer voorbeelden zijn welkom!

Dit is een aflevering in de serie: goede en slechte spreekwoorden

(Oorspronkelijk gepubliceerd 25-2-2010)

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , , | Reageren uitgeschakeld

Het gif van het individualisme

Wat is erger: Links individualisme of rechts individualisme? Ik ben geneigd dat van links erger te vinden. Het gaat schuil onder een dikke laag schmink van sociale betrokkenheid. Maar ondertussen voelt men zich aan niets en niemand verantwoording schuldig. Discussie is er om je eigen standpunt uit te dragen. De eigen waarheid opgeven voor iets waar je het over eens moet worden: je moet er niet aan denken. Groepen zijn eng. Verantwoordelijk is de ander. Bevalt het even niet? Dan ga je gauw wat anders doen. Of even niets. Of herbronnen of zo. De kern van dit individualisme? Je bent alleen verantwoording schuldig aan jezelf.

De ooit “linkse” “intelligentia” is omgekocht met allerlei flauwekul- en adviesbaantjes en heeft de zaak verraden. Hun hersens zijn doorweekt met de heersende ideologie van het beleidsjargon. En ondertussen zijn hun egootjes opgeblazen. Belangrijke mannetjes en ook veel vrouwtjes die zich als een wethouder Hekking voor de camera dringen.

Toegegeven: Serieuze bewegingen zoals de Communistische Partijen hebben ernstig teleurgesteld, grote fouten gemaakt en enorme misdaden begaan. En dat de reeds ver van enig socialisme verwijderde heersende “communisten” door zovelen zo lang als voorbeeld gezien werden is iets wat met schaamte, wanhoop en afkeer vervult. Maar het allerergst is de reactie daarop: Niet kritisch kijken naar wat er fout ging om het beter te doen, maar de zaak onderschoffelen en vergeten. De kritische vermogens wegstoppen en ergens een leuk baantje zoeken. Men roept op zijn best drie keer “Mea Culpa” en gaat over tot de orde van de dag. Dat maakt alle offers die gebracht zijn voor het realiseren van een ideaal pas echt tevergeefs.

Waarom komen er geen serieuze bewegingen van de grond, maar zien we alleen af en toe een flashmob,  een zooitje ongeregeld zoals Occupy, of het avonturieren van Greenpeace in hun bootjes, ver weg van de eigenlijke problemen? De enige serieus georganiseerde bewegingen zijn de dierenvrienden en de SP. Helaas hebben die geen van beiden benul waar het met de wereld naar toe moet. Ze houden zich in de eerste plaats bezig met de rechten van zielige dieren en mensen.

Voor verbetering van de mensenmaatschappij is er geen serieuze interesse. Want daarvoor zul je hard moeten werken, geduldig organiseren, propageren, leren. En dat niet een week of een maand, maar jaren. Met een niet zo heel grote kans op succes en nog minder op persoonlijke roem of carrière.

Een toenemend aantal mensen voelt zich ongemakkelijk bij deze stand van zaken. Dat wel. Maar wanneer trekken die mensen daaruit de harde conclusie dat ze zelf, en daarmee ook een deel van zichzelf moeten investeren? En hun individualisme moeten laten varen om ergens serieus deel van uit te maken?

Maar laten we het niet te negatief beschouwen. Ergens samen voor staan en samen aan werken geeft ook bevrediging. Gezamenlijke doelen hebben en beleven kan een prettige ervaring zijn.

Geplaatst in Geen categorie | Getagged , | Reageren uitgeschakeld

De bekering van Pechtold & Welingelichte Onbenulligheid

De bekering van Pechtold

Zwaar ademend draafde ridder Pechtold door. Hobbits Blok en Buma was hij voorbij, maar elf Sap en dwerg Slob kon hij niet bijbenen. De queeste van de Kosmopoliet  tegen de vervaarlijke Wilders dreigde te mislukken. Ze hadden nog zó met zijn allen afgesproken: “Laten we over onze schaduw heen springen”. Maar helaas: hij kon zijn schaduw niet vinden. Een ridder zonder vrees of blaam heeft geen zwarte zijde. En ook geen schaduw. Waar zou hij overheen moeten springen?

Het was al ver in de middag en de schaduwen begonnen te lengen. Maar zijn schaduw zag hij er niet tussen. Ten einde raad, de zon ging al bijna onder, klopte hij aan bij het huis van tovenaar TheoGogh. Dat wil zeggen, diens incarnatie, door koning LeoWin tot leven gewekt. “Wat kom je hier doen vriend… van de geitenneukers” vroeg deze met een sardonische grijns terwijl hij als vanouds de as van zijn sjekkie op het rond zijn buik gespannen ongewassen witte t-shirt liet vallen. Het kostte ridder Pechtold zichtbaar moeite zich in te houden, maar hij had weinig keus. “Ik kan mijn schaduw niet vinden!” riep hij wanhopig. “Zo zo, en waar heb je die dan wel voor nodig?” “Om overheen te springen! Dat is de enige manier om de Wilders te bestrijden” “Ik kan je schaduw wel voor je vinden, maar ik weet niet of je dat op prijs gaat stellen. Misschien kun je nooit meer terug naar het slot van de 66 Likkende Deurmatten!” “Dat risico moet ik dan maar nemen!” zei ridder Pechtold gelaten. “Het is zo gebeurd” zei TheoGogh en trok een enorme balk uit het oog van ridder Pechtold. Versuft zwaaide die even op zijn benen.

Wat zag de wereld er anders uit! Waar die eerst licht en vrolijk had geleken met slechts een enkele zachte schaduw zag hij nu vele gevaren opdoemen. Hij sloeg zijn handen voor zijn ogen viel op zijn knieën en stiet uit: “Henk en Ingrid, wat heb ik jullie aangedaan!”  En ja, nadat hij nog een keer goed om zich heen gekeken had zag hij de schaduw van zijn eigen gelijk. Hij wilde al een flinke aanloop nemen om daarover heen te springen toen hij daarachter een verschrikkelijk monster zag opdoemen: het Gelijk van Wilders Ridder Pechtold slaakte een jammerlijke kreet en verdween zigzaggend tussen de bomen, opeens begeleid door de muziek van Pink Floyd: Careful with that axe Eugene!

Welingelichte onbenulligheid

Ik heb weer even niet opgelet en nam niets vermoedend deel aan de “schrijfwedstrijd” van “Welingelichte Kringen”, zichzelf ook wel WIK noemend. Het voorgaande was mijn inzending.

Ik had afgelopen jaar al geconstateerd dat het daar steeds onbenulliger werd, met meer opgewarmde meuk over lifestyle en zo maar er was altijd nog wel enig accent op actualiteit en politiek. Soms zat er nog wel eens een nieuwtje tussen dat de moeite waard was. De opdracht luidde:

Welingelichte Kringen zoekt schrijftalent! Mensen met ‘n gouden pennetje. Schrijf voor ons een kort verhaal en misschien sta jij dan binnenkort groot op onze voorpagina. Schrijf een verhaal van minimaal 300 en maximaal 500 woorden, dat de volgende zin bevat: ‘Laten we over onze schaduw heen springen’. Het verhaal is fictie, is door jou voor deze wedstrijd verzonnen en geschreven en is niet eerder gepubliceerd.

Aangezien dit volgens mij een kreet was die rond de tijd door een van de partijen in het Kunduz-akkoord geslaakt is, dacht ik er van uit te mogen gaan dat het om een politiek getint verhaal zou gaan. En dat het gezochte gouden pennetje iets te melden zou hebben. Niets blijkt minder waar. De zeven geselecteerde verhalen blijken als ik op de “eerste regels” afga allemaal een soort persoonlijke verhaaltjes/fantasieën. ( http://www.welingelichtekringen.nl/category/boeken/ ) Of ze van literair superieure kwaliteit zijn aan mijn en andere politieke bijdragen kan ik niet beoordelen. De enige regels die prikkelden leiden naar een overspannen jongensfantasie over Doutzen Kroes. Of het allemaal “fictie” is? Het lijkt me niet. Maar ja zoals gewoonlijk wordt er over de uitslag niet gecorrespondeerd.

Ik ga niet beweren dat mijn bijdrage grootse literatuur is. Daar is de opdracht te moeizaam voor en mijn talent te beperkt. Aan mijn lezers de vraag wat zij van de selectie van WIK vinden. Misschien is er zelfs iemand tussen die Gerard Driehuis aan zijn verstand kan peuteren dat het hem vrij staat om een Ipad weg te geven maar dan liever gewoon met een loterij onder de lezers. Wel zo eerlijk. En niet dat ik op zo’n ding zit te wachten overigens.

PS: Zoals gewoonlijk: enige bekendheid aan mijn geschrijf geven wordt altijd op prijs gesteld. Volg mij op Twitter.
Geplaatst in Geen categorie | 1 reactie

Geloof is geen jas

Naar aanleiding van de discussie over jongensbesnijdenis stelt  Yoram Stein in “Het mysterie van de overdracht” de vraag of “opvoeding werkelijk niet te onderscheiden is van indoctrinatie”. Zijn antwoord vind ik niet erg overtuigend:

“Er is wel degelijk een onderscheid te maken tussen iemand opvoeden en iemand indoctrineren. Bij opvoeding is het doel om iemand groot te brengen. Bij indoctrinatie is het doel niet iemand groot te brengen, maar om iemand te laten geloven in een bepaalde (valse) voorstelling van zaken. … omdat iedere opvoeding een vorm is van inculturalisatie, cultuuroverdracht, en iedere cultuur tracht om de nieuw geborenen te laten geloven in de in die cultuur overheersende voorstelling van zaken, waarbij uiteindelijk niemand honderd procent zeker weet welke voorstellingen goed, waar en mooi zijn en welke slecht, vals en lelijk… (is er in zekere zin sprake van indoctrinatie).

De oudere generaties dragen hun normen en waarden en hun kennis over aan de jongere. Het doel ervan is dat de jongere generatie de taak van de oudere generatie over kan nemen. In die zin kunnen we wel spreken van een mislukte opvoeding: dat is namelijk wanneer de opvoeding er niet in geslaagd is om een volwaardig, dat wil zeggen, een volwassen lid van de gemeenschap te produceren.”

Zo’n onderscheid is flinterdun. Mijn voorstel is om indoctrinatie te zien als een vorm van opvoeding: Min of meer gedwongen heropvoeding van eerder anders opgevoede reeds volwassen mensen. Opvoeding is dan het beschrijven van een onbeschreven blad is. Bij indoctrinatie moet het geschrevene eerst met enig geweld worden uitgegumd. In het antwoord dat Yoram geeft zit dit probleem al verstopt: Hij heeft het over “iemand grootbrengen” het zou moeten zijn “een niemand grootbrengen” (tot iemand maken). Een goed voorbeeld van indoctrinatie is de onderwerping van Winston aan Big Brother in het laatste deel van Orwell’s “1984″. Indoctrinatie hoeft niet “onvrijwillig” te beginnen. Mensen die zich bij een sekte als Scientology aansluiten doen dat meestal vanuit een gevoel dat er iets ontbreekt aan hun opvoeding tot dan toe.

Verder verwerpt hij aan het begin van zijn stuk het criterium om iets te verbieden omdat het in strijd is met de universele rechten van de mens met: “Dat klinkt simpel en duidelijk, maar het probleem met deze benadering is dat universele rechten met elkaar botsen.” Zijn antwoord gaat voorbij aan het problematische karakter van die universele rechten zelf. Dat zijn namelijk helemaal geen universele waarden maar evengoed het product van een cultuur. De zaak ligt dan ook eenvoudiger: het gaat om een botsing van twee culturen en een beroep op boven die culturen staande universele wetten is … belachelijk?

In het verlengde daarvan is zijn probleem hoe de botsing te beslechten tussen “het recht van ouders om hun kind naar eigen goeddunken op te voeden” en “het recht op individuele zelfbeschikking” ook de wereld uit. Zonder opvoeding ontstaat er domweg geen individu, laat staan een dat over zichzelf zou kunnen beschikken. De vraag is welke opvoeding of deel daarvan binnen onze maatschappij moet worden afgekeurd. Onderdelen die lichamelijke verminking inhouden vallen daar in principe onder. Ik denk niet dat de ernst van de verminking daarbij een rol speelt. Stel dat overlevenden van het concentratiekamp ter overdracht bedacht hadden dat hun nakomelingen vanaf jeugdige leeftijd het nummer van hun (voor)ouder op hun arm getatoeëerd krijgen. Wat zouden we daarvan vinden? Ik zou zeggen dat het aanbrengen van als onuitwisbaar bedoelde merktekens op toekomstige deelnemers aan deze maatschappij toch maar verboden moet worden. Verder mag iedereen zijn kind in de meest fantastische sprookjes doen geloven, zolang dat goed staatsburgerschap niet in de weg staat.

Met de inculturalisatie wordt een belangrijk probleem aangesneden en daarmee kom ik op het eigenlijke onderwerp van dit blog: “Geloof is geen jas”. Veel propagandisten van de liberale seculiere samenleving vinden dat opvoeding neutraal moet zijn en dat men maar als volwassene moet kiezen of en zo ja wat men wil geloven. Het geloof is dan een jas die je mooi vindt of niet. Maar het aantrekken van die jas verandert de persoon die hem aantrekt in wezen niet. Hij kan ook een andere jas kiezen en blijft dan in wezen dezelfde. Er zijn allerlei smaakjes die inderdaad zo kunnen werken. Met geloven heeft een dergelijke oppervlakkige belangstelling niet veel te maken. Je gelooft pas ergens in als je ook daarnaar gaat leven en als je deel uit gaat maken van de gemeenschap van gelovigen. De persoon die op die manier gelooft is niet meer dezelfde die eerder iets anders geloofde: Er is een directe verbinding tussen identiteit en geloof. Dit fundamentele gegeven wordt door de verdedigers van de neutrale staat en de neutrale opvoeding over het hoofd gezien.

Maar hoe zit dat dan met ons openbaar of algemeen onderwijs? Dat is inderdaad niet neutraal maar liberaal. Maar het liberalisme is toch geen geloof? Het is geen religie nee, maar het heeft wel uitgangspunten waar je in moet geloven. Het belangrijkste geloofsartikel is dat je een zelfstandig mens bent die samenleeft met anderen in de vorm van een “sociaal contract”. Dit geeft aan dat het handelen op de markt het uitgangspunt is voor je plaatsbepaling in de wereld. Het handelen als geïnformeerd en rationeel handelend individu in een maatschappij die is opgebouwd uit louter dat soort individuen. Het eigenaardige aan dit geloof is dat het van zichzelf ontkent een geloof te zijn. Voor een gewone godsdienst is duidelijk dat je moet geloven om de waarheid van die godsdienst te aanvaarden. Maar het liberalisme verhult de geloofsdaad door te stellen dat het het product is van een onontkoombare rationele conclusie. En het feit dat je de facto een gemeenschap vormt met je geloofsgenoten wordt ontkent: voor het liberalisme bestaat alleen het individu; de gemeenschap is een anonieme verzameling contractanten. Daarom valt het ook niet mee de jas van het liberalisme uit te trekken. Ook al staan haar geloofsartikelen op zeer gespannen voet met de werkelijkheid.

Uit de “toegift” van Yoram, een stuk uit ‘De hartslag van de wereld’ van Peter Sloterdijk en Alain Finkielkraut licht ik de volgende stukjes:

Sloterdijk: “Daarmee zou het bewijs geleverd zijn dat het wezen van een cultuur huist in het mysterie van de overdracht. Die overdracht moet plaatsvinden binnen een zelfbewust volk, en de voortplanting van de cultuur vereist het geloof in de continuïteit van de generaties. Filosofisch zou men zich die toestand kunnen voorstellen als een feitelijke voortplantingsrelatie, die zich niet laat herleiden tot algemeen openbaar onderwijs. (…)”

Finkielkraut: Kortom, men flirt met het ergste als men de menselijke pluriformiteit niet beschouwt als een supermarkt waar alle identiteiten voorhanden zijn en waar iedereen kan zijn wie hij wil. De kunst om een volk te zijn wordt niet langer gepast geacht.’

Mijn commentaar: Er is geen goede reden waarom volkeren (als cultuur gezien) zich niet zouden kunnen vermengen en transformeren tot iets groters, bijvoorbeeld een Europees, Rijnlands of “verlicht” “volk”. Ik vrees dat de verzameling staten die nu Europa vormt zonder Europese identiteit ten onder zal gaan. Binnen zo’n grotere identiteit moet voldoende ruimte te vinden zijn om Franse, Engelse, Duitse, Nederlandse, Joodse ….. stammen te huisvesten.

Geplaatst in ideologiekritiek | Getagged , | 6 Reacties